Nieuwe uitleg overheidsartikel in belastingverdragen.

 

 

De belastingdienst heeft een nieuw standpunt ingenomen over de uitleg van het overheidsartikel in de belastingverdragen. Dat de belastingdienst het overheidsartikel in de belastingverdragen voortaan anders interpreteert blijkt uit de beantwoording van Kamervragen over de fiscale maatregelen in verband met het coronavirus.

 

Vóór deze gewijzigde interpretatie van het overheidsartikel, hanteerde de belastingdienst als hoofdregel dat de belastingheffing toekwam aan het land waar de publiekrechtelijke werkgever gevestigd is (kasstaatheffing). Vervolgens bestond er voor een deel van de belastingverdragen een uitzondering op deze kasstaatheffing als de werknemer in zijn woonland werkt én:

  • de nationaliteit van het woonland heeft, of
  • om persoonlijke redenen inwoner van het andere land was (dit werd door de belastingdienst uitgelegd als ‘lokaal aangeworven’).

 

Voorbeeld

Een werknemer van een Nederlandse publiekrechtelijke universiteit werkt drie dagen per week in Nederland en twee dagen per week in zijn woonland België. Stel dat artikel 19 (overheidsartikel) uit het belastingverdrag met België van toepassing is en dat deze werknemer de Belgische nationaliteit heeft. Onder de ‘oude’ uitleg van het overheidsartikel was deze werknemer in Nederland vrijgesteld van belastingheffing voor het salaris dat betrekking heeft op zijn werkdagen in België.

 

Nieuwe uitleg

Uit de beantwoording van de kamervragen blijkt dat de belastingdienst het overheidsartikel voortaan in die zin uitlegt dat altijd sprake is van een kasstaatheffing ongeacht in welk land de werkzaamheden worden verricht. In de nieuwe uitleg van het overheidsartikel zijn de uitzonderingen op grond van het belastingverdrag op basis van nationaliteit of ‘lokaal aangeworven’ alleen nog van toepassing in speciale situaties, zoals voor personeel van de Nederlandse ambassade en consulaten. “Regulier” overheidspersoneel valt niet meer onder de uitzondering.

 

Dit betekent dat als het overheidsartikel in een verdrag van toepassing is, de Nederlandse publiekrechtelijke universiteit over het volledige salaris van een werknemer loonbelasting moet inhouden, ook als deze werknemer (gedeeltelijk) in zijn woonland werkt.

 

Loonheffing

Hoe moet er nu in de praktijk omgegaan worden met deze ‘switch’ van de belastingdienst? De nieuwe uitleg van het overheidsartikel is geen nieuw beleid vanuit het Ministerie, maar een reguliere verdragsinterpretatie van het overheidsartikel. Volgens het Ministerie is er dus geen sprake van een wijziging, wel wordt onderkend dat er in de praktijk verschillend met de uitleg van het overheidsartikel is omgegaan.

 

Als een publiekrechtelijke universiteit in een bepaalde casus op basis van een standpuntbepaling van de belastingdienst geen volledige loonbelasting heeft ingehouden en afgedragen kan er, voor het verleden, gesteld worden dat sprake is van ‘opgewekt vertrouwen’.

 

Het is voor publiekrechtelijke universiteiten aan te bevelen om vanaf 15 juni 2020 (de datum van de Kamerbrief waarin het nieuwe standpunt is ingenomen) in ieder geval, de nieuwe uitleg van het overheidsartikel te volgen en over het gehele salaris van werknemers loonbelasting in te houden (uiteraard afgezien van de situaties waarin de hooglerarenbepaling of de 30%-regeling van toepassing is).

 

Overigens past een deel van de publiekrechtelijke universiteiten geen salary-split toe bij toepassing van het overheidsartikel. In die situaties is het wellicht wel handig om de werknemers van de wijziging op de hoogte stellen in verband met hun aangifte inkomstenbelasting.

 

Uitleg andere verdragsstaten

De Nederlandse belastingdienst heeft haar mening over de uitleg van het overheidsartikel bijgesteld. De vraag is natuurlijk of andere verdragsstaten het daarmee eens zijn. Op dit moment is duidelijk dat Duitsland en België eenzelfde uitleg hanteren. Van andere staten is dat nog niet bekend.

Datum laatste wijziging: 02/07/2020