Vervolg: het overheidsartikel in belastingverdragen

Het nieuwe standpunt dat de belastingdienst afgelopen juni heeft ingenomen over de uitleg van het overheidsartikel in de belastingverdragen blijft belastingadviseurs en publiekrechtelijke werkgevers bezighouden. Daarom bij deze een update over de huidige stand van zaken.

 

Overheidsartikel in belastingverdragen:

Bij OESO-conforme belastingverdragen is de opbouw van het overheidsartikel in de belastingverdragen als volgt:

  • Hoofdregel is dat de belastingheffing toekomt aan de staat waar de publiekrechtelijke werkgever gevestigd is (kasstaatheffing).
  • Vervolgens wordt er in het tweede deel van deze verdragsbepaling een uitzondering gemaakt op deze kasstaatheffing als de werknemer in zijn woonland werkt én:

-       de nationaliteit van het woonland heeft, of

-       om persoonlijke redenen inwoner van de andere staat is (‘lokaal aangeworven’).

De Nederlandse belastingdienst legt het overheidsartikel in belastingverdragen tegenwoordig zo uit dat altijd sprake is van een kasstaatheffing ongeacht in welk land de werkzaamheden worden verricht. In de nieuwe uitleg van het overheidsartikel zijn de uitzonderingen op grond van het belastingverdrag op basis van nationaliteit van de werknemer of ‘lokaal aangeworven’ personeel alleen nog van toepassing in speciale situaties, zoals voor personeel van de Nederlandse ambassade en consulaten. ‘Regulier’ overheidspersoneel valt niet meer onder de uitzondering.

 

Dit betekent dat als het overheidsartikel in een verdrag van toepassing is, de Nederlandse publiekrechtelijke universiteit over het volledige salaris van een werknemer loonbelasting moet inhouden (behalve wanneer de hooglerarenvrijstelling of de 30%-regeling van toepassing zijn).

Dat geldt ook wanneer deze werknemer (gedeeltelijk) in zijn woonland werkt. De nationaliteit van de werknemer en of deze ‘lokaal’ is aangeworven zijn bij deze uitleg van het overheidsartikel dus niet meer relevant.

 

Onderbouwing:

Als onderbouwing voor haar standpunt verwijst de belastingdienst naar de toelichting op het overheidsartikel in het OESO modelverdrag en naar de toelichting op het verdrag van Wenen voor consulaire diensten. In de toelichting op het OESO modelverdrag wordt benadrukt dat de uitzonderingen op de kasstaatheffing gezien moeten worden in het licht van het recht (volgend uit het Verdrag van Wenen) dat de ontvangende staat heeft, om belasting te heffen over het salaris van bepaalde categorieën werknemers van buitenlandse diplomatieke missies of consulaten.

 

Dubbele belastingheffing:

De huidige uitleg van het overheidsartikel is volgens de belastingdienst geen nieuw beleid vanuit het Ministerie, maar een reguliere verdragsinterpretatie van het overheidsartikel. Volgens het Ministerie is er dus geen sprake geweest van een wijziging, wel wordt onderkend dat er in de praktijk verschillend met de uitleg van het overheidsartikel is omgegaan.

 

Het is op dit moment nog niet duidelijk welke verdragslanden de interpretatie van de Nederlandse belastingdienst volgen. Wanneer andere verdragsstaten de uitleg van de Nederlandse belastingdienst niet volgen, bestaat er een risico op dubbele belastingheffing.  

 

Voor alle volledigheid merken we op dat de huidige interpretatie van de Nederlandse belastingdienst niet per definitie nadelig hoeft uit te pakken voor de individuele werknemer. Om die reden lijkt het ons niet verstandig om met SOFIE of als publiekrechtelijke universiteiten gezamenlijk in actie te komen tegen de inhouding van loonbelasting in deze situaties. Anderzijds is het natuurlijk niet wenselijk dat onze werknemers geconfronteerd worden met dubbele belastingheffing. Om die reden horen wij het graag wanneer zich concrete situaties van dubbele heffing voordoen, zodat we dit signaal door kunnen geven aan het Ministerie van Financiën.

 

In individuele situaties van dubbele heffing, lijkt op dit moment toch de beste optie voor een werknemer om in Nederland door middel van het indienen van een aangifte inkomstenbelasting een afwijkend standpunt ten aanzien van de uitleg van het overheidsartikel in te nemen en op die manier voorkoming van dubbele heffing te claimen. Dit zal uiteindelijk tot een bezwaar- en beroepsprocedure kunnen leiden om daarmee duidelijkheid te krijgen over de uitleg van deze verdragsbepaling. De betreffende werknemer kan in de andere staat meestal een vergelijkbare rechtsgang volgen. Naast het doorlopen van deze bezwaar- en beroepsprocedures is het veelal ook mogelijk op grond van het verdrag beide staten te verzoeken om in onderling overleg te treden om de dubbele belasting op te heffen. Vaak wordt hieraan wel de eis gesteld dat eerst de openstaande mogelijkheden voor bezwaar en beroep zijn benut.

 

Datum laatste wijziging: 13/11/2020